Sommeria marchalii  marchalii  Guerin  1843

Photograph by: JHH Zwier by courtesy of BMNH in London
Holotype: British Museum of Natural History in London
   Wangrui Thauma? India ?




Wingspan:
 about    mm  ( n = )
 about    mm  ( n = )

Distribution according to the collections mentioned in the chapter
“Museums” and the literature.

- China Wangrui (BMNH) India: (Walker, 1864) Mumbai (BMNH) Nilgiris (Guérin/Méneville1843) (BMNH) Poona (BMNH) Myanmar (Moore 1878)

Description:

Translation:

Translation in English.
This beautiful species, which further the type of a new generation will form, can be temporarily placed elsewhere than in the genus Callimorpha, with the rather long palps and the final joint clearly state the type of close to Call. hera.
The head is grey-white with a yellow vertex and a black dot. The antennae are elongated, bushy, brown and covered with two rows of pale and inconspicuous cilia
The palps are stabbing upwards, quite beyond the front of the head, the final joint thinner, with flattened scales, almost naked, the following three joints almost identical, whitish with black tip
The forewings are pale ashy, they have two or three wavy brown bands, darker on the costa, where their ends three well-marked spots are, then an ash-grey space that one third of the wing occupies a rather large black dot in the centre to the edge of the cell.
Then a very angular, brown belt, preceded by a small, black, crescent-shaped spot in front of the most salient angle of the brown belt, enclosed in the band and thus a small, oval, grey stain forming.
The outer edge of the wing is brown, and we see a similar colour between the edge and the previous band.
The hind wings are uniform yellow ochre, with a small brown spot at the apex.
The thorax is yellow with two black spots on the prothorax and other back.
The abdomen is quite bright ochre yellow with a diameter of black spots, the underside is a lighter yellow marked with black spots on each side. The legs are brown with light yellow spots
The underside of the wings is brown with two large black dots placed along the length and the hind wings are yellow with a large black dot in the centre and quite close to the costa ..
Occurs in the mountains of Nilgiris. Caught in July.
Named after M. Marchal, which generously gave to us the species in his collection

Translation in Dutch

Deze mooie soort, die verderop het type van een nieuw geslacht zal vormen, kan voorlopig nergens anders geplaatst worden dan in het geslacht Callimorpha; met de nogal lange palpen en het laatste lid duidelijk, staat de soort dicht bij Call. hera.
De kop is grijs-wit met een gele vertex en voorzien van een zwarte stip. De antennes zijn langwerpig, borstelig, bruin en bedekt met twee rijen van bleke en onopvallende cilia.
De palpen zijn omhoog gericht en steken behoorlijk verder dan de voorkant van de kop, het laatste lid dunner, met platliggende schubben, haast naakt; de volgende drie leden bijna gelijk, witachtig met zwart uiteinde.
De voorvleugels zijn bleek askleurig; ze hebben twee of drie golvend bruine banden, donkerder aan de voorrand, waar hun uiteinden drie goed gemarkeerde vlekken vormen; dan volgt een asgrijze ruimte die een derde van de vleugel inneemt met een vrij grote, zwarte stip in het midden aan de bovenrand van de cel.
Vervolgens een erg hoekige, bruine band, voorafgegaan door een kleine, zwarte, halve maanvormige vlek tegenover de meest uitspringende hoek van de bruine band, ingesloten in de band en zodoende een kleine, ovale, grijze vlek vormend.
De buitenrand van de vleugel is bruin, en we zien een band van dezelfde kleur tussen de rand en de vorige band.
De achtervleugels zijn eenvormig okergeel, met een kleine bruine vlek aan de apex
De thorax is geel met twee zwarte vlekken op de prothorax en enkele andere achteraan.
Het abdomen is vrij helder okergeel met een middellijn van zwarte vlekken, de onderzijde is een lichter geel gemarkeerd met zwarte vlekken aan elke kant. De poten zijn bruin gekleurd met lichtgele vlekken.
De onderkant van de voorvleugels is bruin met twee grote, zwarte punten geplaatst in de lengterichting en de achtervleugels zijn geel met een grote zwarte stip in het midden en nogal dicht bij de costa.
Komt voor in de bergen van Nilgeris. Gevangen in juli
Vernoemd naar M. Marchal, die ons heel genereus de soorten uit zijn collectie gaf.



Comments:
This copy of the first description is taken from a book or a periodical out of the library of the Dutch Entomological Society in Amsterdam.
This specimen is from the Moore collection, could be the holotype of this species.


*A lot of data are from the author of the first description.
-~-