Soloe splendida   Toulgoët 1980

No picture available
Holotype:
  




Wingspan:
 about    mm  ( n = )
 about    mm  ( n = )

Distribution according to the collections mentioned in the chapter
“Museums” and the literature.

- Wincka Nyungwe forest ( holotype )

Description:

Translation:

in English
Solo splendida n. sp. (Fig. 10)
Wingspan 45 mm ♂, ♀ 51 mm.
Bipectinées antennas. oranges at the base, then yellow. Head, face and vertex bright orange. Labial palps erect pale orange. Bright orange collar. Ptérygodes oranges at the base paler towards the tip. Thorax and abdomen yellow-orange very pale. Below the abdomen as well. Legs with some orange, femora and tarsi black.
Forewings with the background uniformly white cream, slightly hyaline; costa jet black until just before the apex: a jet black round spot at the base of the cell, a second of the same black oval spot on the discoidal , creamy white margin
Hind wings with the white uniform cream slightly hyaline; an oval discoidal spot jet black, creamy white fringe. Under wing as above but duller.
Female strictly similar.

Holotype 1♂, Rwanda, Wincka, Nyungwe forest , 2700 m. 28-11-1976 (B. Turlin).
Allotype: 1 ♀ Rwanda, dezelfde vindplaats. dezelfde hoogte, vangdatum en verzamelaar (beide:. Coll Toulgoët H. de).
Paratypes: 2 ♂, 1 ♀ - Rwanda.Nyungwé forest.. 2000 rn , 2-XI-1974 en 12-X-1974 (E. Turlin) (Coll. MNHN. en H. de Toulgoët).

The other species of Soloe, strictly African, have a rather modest appearance. S. splendida exception, despite the simplicity of his habitus. Only Paraplocia imparepunctata Oberthür, Cornores endemic, belonging to the Soloe (s.I.), can compete with it by the habitus. S. splendida, apart from the black spot of the hind wing has a certain convergence with Eilema colonoides Kiriakoff, collected by B. Turlin in the same locality

The species, along with other congeners seems very isolated, the five

Tranaltion in Dutch:
Soloe splendida , n. sp. (fig. 10)
Spanwijdte; ♂ 45 mm, ♀ 51 mm.
Dubbelgekamde antennen. oranje aan de basis, dan geel. Kop, voorhoofd en vertex fel oranje. Labiale palpen rechtop bleek oranje. Fel oranje kraag. Pterygodes oranje aan de onderkant bleker naar de punt. Thorax en abdomen erg bleek geel-oranje, ook de onderkant van het abdomen . Poten met oranje, femora en tarsi zwart.
Achtergrond van de voorvleugels gelijkmatig wit crème, enigszins doorschijnend; costa gitzwart tot vlak voor de top: een pikzwarte, ronde vlek aan de basis van de cel, een tweede, ovale plek, ook zo zwart op het middenveld , romig witte rand
Achtervleugels eenkleurig wit-crème, iets doorschijnend; een ovale discoïdale vlek gitzwart, roomwitte franje. Onderkant vleugels zoals de bovenkant, maar dan saaier
Vrouwtjes net zo als de mannetjes.

Holotype 1♂, Rwanda, Wincka, Nyungwe forest , 2700 m. 28-11-1976 (B. Turlin).
Allotype: 1 ♀ Rwanda, dezelfde vindplaats. dezelfde hoogte, vangdatum en verzamelaar (beide:. Coll Toulgoët H. de).
Paratypes: 2 ♂, 1 ♀ - Rwanda.Nyungwé forest.. 2000 rn , 2-XI-1974 en 12-X-1974 (E. Turlin) (Coll. MNHN. en H. de Toulgoët).

De andere soorten van Soloe, voorkomend alleen in Afrika, hebben eerder een bescheiden uiterlijk S. splendida is een uitzondering, ondanks zijn de eenvoudige habitus. Alleen Paraplocia imparepunctata Oberthür, endemisch op de Comoren, behorend tot de Soloe (s.l.), kan wedijveren met deze habitus. S. splendida, afgezien van de zwarte vlek van de achtervleugels heeft een zekere overeenkomst met Eilema colonoides Kiriakoff, verzameld door B. Turlin in dezelfde plaats.

De soort, samen met andere verwanten. lijkt erg geïsoleerd te leven, omdat de vijf exemplaren de enige bekende gevangen exemplaren waren, die gedurende vier jaar van de zeer regelmatige nachtvangsten gezien werden.



Comments:
Data from the book: The Afrotropical Tiger-Moths by David t. Goodger and Allan Watson, Apollo Books, Stenstrup, Denmark 1995

*A lot of data are from the author of the first description.
-~-